Verslag door: Wendy Steenmans
Bij aankomst staat het parkeerterrein al een behoorlijk eind vol. Dat belooft wat. Eenmaal richting festivalterrein valt de drukte gelukkig mee. De persingang zit dit jaar ergens anders dan we gewend zijn, maar binnenkomen verloopt vlot en voor we het weten staan we weer op vertrouwde grond. Nou ja, helemaal vertrouwd? Het hoofdpodium heeft dit jaar namelijk een catwalk gekregen. Iets wat we bij Dynamo Metalfest nog niet eerder zagen en wat meteen opvalt. Niet alleen ziet het er gaaf uit, het geeft de artiesten ook de mogelijkheid om een behoorlijk eind het publiek in te lopen. Dichter op de mensen, meer interactie en voor de fotografen natuurlijk ook bepaald geen straf.
Voor de Inner Circle, wat we vroeger gewoon VIP noemden, is dit jaar bovendien iets bijzonders bedacht. Geen standaard polsbandje als enige herinnering, maar een speciaal ontworpen pin die eenmalig voor deze editie wordt gemaakt en daarna nooit meer. Een klein detail misschien, maar wel eentje waarvan je nu al weet dat hij bij veel bezoekers straks ergens tussen de festival herinneringen komt te liggen.Minder klein is de hitte. Het is buiten bloedheet. Gelukkig heeft de organisatie daar duidelijk rekening mee gehouden. Er zijn voldoende watertappunten en ook aan plekken in de schaduw is gedacht. Geen overbodige luxe wanneer je drie dagen lang metal wilt overleven.
Bij de ingang van de fotopit wacht vervolgens een moment dat even alles stil zet. Daar hangt een grote banner ter herinnering aan Peter van der Wielen, die onlangs overleed. Peter was jarenlang een vertrouwd gezicht bij Dynamo zelf en in de fotopit van Dynamo Metalfest. Zo iemand die er simpelweg bij hoorde. Camera in de ene hand en een biertje in de andere hand, tussen de andere fotografen, editie na editie. Dit jaar ontbreekt hij en dat wordt door velen gevoeld. Een mooi en passend eerbetoon op een plek waar hij zo vaak stond. Maar Dynamo is Dynamo en uiteindelijk moet de volumeknop omhoog.
Een rustig opwarmertje zit er vandaag niet in. Om 15.00 uur krijgt Revocation de eer om Dynamo Metalfest 2026 officieel wakker te schudden en wie de Amerikanen kent, weet dat dit geen band is waarbij je eerst even rustig je nekspieren losmaakt.
Revocation beweegt al jaren ergens tussen technische deathmetal, thrash en progressieve extreme metal. David Davidson staat daarin centraal met gitaarwerk waarbij het soms lijkt alsof iemand vergeten is hem te vertellen dat een mens maar tien vingers heeft. Met het in 2025 verschenen New Gods, New Masters werd opnieuw een hoofdstuk toegevoegd aan inmiddels twintig jaar Revocation.Op plaat kan technische perfectie indrukwekkend zijn, maar een festivalpodium is een ander verhaal. Daar moet het niet alleen kloppen, maar vooral ook leven. Met slechts 35 minuten krijgt Revocation weinig tijd om Eindhoven daarvan te overtuigen. Veel tijd blijkt ook helemaal niet nodig.
Het gitaarwerk staat als een huis en al tijdens de eerste nummers ontstaan de eerste pits. Geen voorzichtig aftasten, gewoon gaan. Het publiek smult ervan en langzaam maar zeker verschijnt boven het veld ook een oude bekende: de inmiddels bijna traditionele Dynamo-stofwolk. Want gras? Dat is hier vooral iets wat aan het begin van een festivalweekend nog bestaat.
De eerste kinderen komen ondertussen al crowdsurfend tussen oude rotten en nieuw gedienden richting podium. Een beeld dat eigenlijk perfect samenvat wat Dynamo is. Terwijl op het podium technisch ingewikkelde riffs worden afgevuurd alsof het niets is, surft de volgende generatie metalheads doodleuk boven de hoofden richting de barrier. Het is duidelijk, de kop is eraf en vol gas door naar de volgende band.
Van Amerikaanse technische precisie gaan we rechtstreeks naar een flink stuk Duitse thrashgeschiedenis. Destruction hoeft na ruim vier decennia nauwelijks nog uit te leggen waarom de band op een festival als Dynamo thuishoort.
Schmier is nog altijd het onmiskenbare boegbeeld: bas om de nek, die karakteristieke stem en een uitstraling die inmiddels bijna net zo herkenbaar is als het bandlogo zelf. Maar wie denkt dat Destruction alleen nog een rondreizend geschiedenisboek is, heeft niet opgelet. In 2025 verscheen met Birth of Malice gewoon weer nieuw materiaal.
Dat maakt Destruction nog altijd interessant. De band heeft een achterzak vol klassiekers waarmee vrijwel ieder metal publiek wakker te schudden is, maar weigert ondertussen uitsluitend achterom te kijken. Dat wakker schudden is vandaag overigens nauwelijks meer nodig. Revocation heeft het voorwerk al gedaan en Destruction hoeft alleen nog maar wat extra benzine op het vuur te gooien.
Van het grasveld is inmiddels nauwelijks een fatsoenlijke spriet terug te vinden. De stofwolk die tijdens Revocation nog voorzichtig boven het publiek hing, begint serieuzere vormen aan te nemen. Meerdere moshers hebben inmiddels een bandana voor mond en neus gebonden om te voorkomen dat ze aan het einde van de dag een halve Eindhovense ijsbaan uit hun longen moeten hoesten. Destruction trekt zich nergens iets van aan en dendert vol gas door. Geen fratsen, geen onnodig gedoe: gewoon thrash zoals thrash bedoeld is. Ook het publiek laat zich door de hitte niet kennen. De pit blijft draaien en vooraan blijft de ene na de andere crowdsurfer richting de barrier komen. Daar heeft de vangploeg overigens een bijzonder effectieve oplossing gevonden voor de temperatuur. Met supersoakers worden de binnenkomende crowdsurfers onderweg voorzien van een frisse nevel. Crowdsurfen met ingebouwde airco. Je moet er maar opkomen.
Na Revocation en Destruction mag de nek even in een andere stand. Niet omdat Amorphis ineens achtergrondmuziek komt verzorgen, maar omdat de Finnen zwaarte op een compleet andere manier benaderen.
Amorphis heeft door de jaren heen een geluid opgebouwd dat nauwelijks met een andere band te verwarren is. De deathmetal wortels zijn nooit verdwenen, maar melodie, progressieve elementen, folk en die typische Finse melancholie hebben er steeds meer lagen omheen gelegd. Met Borderland verscheen in 2025 alweer het vijftiende studioalbum.
Dan is er natuurlijk ook Tomi Joutsen. Een frontman die moeiteloos kan schakelen tussen diepe grunts en cleane zang en alleen al qua verschijning gemaakt lijkt voor een podium. Vandaag staat hij daar uitstekend bij stem.
Het blijft ergens een apart gezicht om Amorphis op klaarlichte dag te zien. Deze muziek lijkt bijna gemaakt voor duisternis, rook en een zorgvuldig geplaatste lichtshow, maar blijkbaar kan Finse melancholie ook prima onder een brandende Eindhovense zomerzon.
Het publiek maalt er in ieder geval niet om. Vooraan ontstaan opnieuw pits, terwijl iets verder naar achter mensen met gesloten ogen simpelweg staan te genieten. Geen gebeuk, geen geduw, alleen even volledig opgaan in de muziek. Eigenlijk is dat misschien nog wel mooier om te zien.
Om ons heen hangt stof in de lucht, de temperatuur is nog altijd behoorlijk enthousiast en ergens vooraan krijgt de volgende crowdsurfer een verkoelende lading water uit een supersoaker over zich heen.
Het leven is goed in het Brabantse land.
Wie tijdens Amorphis iets te comfortabel in de Finse melancholie is weggezakt, krijgt daarna een bijzonder effectieve wekker aangeboden genaamd Thy Art Is Murder.
De Australiërs behoren inmiddels tot de gevestigde namen binnen de deathcore en vooral Hate betekende een belangrijke stap in de internationale doorbraak. De band is zich daarna blijven ontwikkelen en heeft steeds nadrukkelijker elementen uit death- en blackmetal in het geluid toegelaten. Wat gelukkig nooit uit het oog is verloren, is het vermogen om riffs en breakdowns te produceren waarbij stilstaan voor een festivalpubliek een behoorlijk onnatuurlijke bezigheid wordt. Een uur lang krijgt Thy Art Is Murder de gelegenheid om te testen hoeveel beweging er inmiddels nog in de Eindhovense ijsbaan zit. Het antwoord: meer dan genoeg.
De moshpit is inmiddels veranderd in een soort miniatuurversie van de Sahara. Iedere beweging jaagt opnieuw stof de lucht in en ergens onder die bruine wolk gebeurt werkelijk alles tegelijk. Crowdsurfers, beukende moshers, rennende mensen en armen en benen waarvan je soms liever niet probeert te achterhalen bij wie ze precies horen. Thy Art Is Murder geeft ondertussen vol gas. De breakdowns hakken erin en de funderingen van de ijsbaan worden voor de zekerheid nog maar eens uitgebreid op de proef gesteld.
Wanneer vanaf het podium wordt gevraagd om de grootste circlepit die hier ooit is geweest, beschouwt het Dynamo-publiek dat niet als een verzoek maar als een opdracht. Binnen de kortste keren trekt een enorme stroom mensen over het veld. De hitte? Blijkbaar even vergeten.
Tussendoor komt een jonge man voorbij gelopen met zijn hand onder zijn neus. Een elleboog gevangen in de pit en een bloedneus rijker. Even langs de EHBO, schade opnemen en daarna gewoon weer terug de pit in. Moshers zijn tenslotte niet van suiker gemaakt. Die lossen een bloedneus blijkbaar op zoals anderen een losse veter: even fixen en door.
Na vier bands, talloze crowdsurfers, een veld dat inmiddels officieel tot woestijn verklaard kan worden en waarschijnlijk enkele duizenden liters zweet, is het tijd voor de afsluiter van deze eerste festivaldag. Dynamo heeft daarvoor niet de minste meegenomen. Waar andere bands vandaag 35, 50 of 60 minuten kregen, heeft Helloween maar liefst twee uur tot zijn beschikking. Daar is een goede reden voor: de Duitse powermetalpioniers vieren hun veertigjarige bestaan.
Veertig jaar Helloween betekent een catalogus waar je zonder veel moeite meerdere festival sets uit kunt samenstellen. Keeper of the Seven Keys Part I en Part II hebben een enorme invloed gehad op de Europese powermetal, maar Helloween is bepaald niet veranderd in een rondreizend museum. In 2025 verscheen met Giants & Monsters opnieuw een studioalbum van de herenigde bezetting. Juist die bezetting maakt het huidige Helloween bijzonder. Michael Kiske, Andi Deris en Kai Hansen vertegenwoordigen verschillende hoofdstukken uit de geschiedenis van de band en staan nu gezamenlijk op hetzelfde podium.
Voor het zover is, wordt dat podium eerst afgeschermd door het inmiddels welbekende Helloween-doek. De spanning wordt nog even opgebouwd, totdat het doek valt en het publiek onmiddellijk reageert. Handen gaan de lucht in en Helloween kan beginnen aan een twee uur durende wandeling door de eigen geschiedenis. Al snel blijkt dat we hier niet alleen een concert krijgen, maar een volledige productie.
De heren zijn uitstekend bij stem en de band dendert als een geoliede machine door de set. Achter hen vult een enorme ledwand het podium met de ene na de andere indrukwekkende visual. Het is duidelijk dat kosten noch moeite zijn gespaard om van deze jubileumshow iets bijzonders te maken.
CO₂-kanonnen? Aanwezig. Confetti? Natuurlijk. Waarom zou je één keer confetti afschieten als het ook twee keer kan?
Toch zit de kracht van deze show niet alleen in alles wat er om de band heen gebeurt. Minstens zo leuk is het plezier op het podium. De muzikanten zoeken elkaar voortdurend op, lachen naar elkaar en maken veelvuldig gebruik van de nieuwe catwalk om dichter bij het publiek te komen. Het voelt daardoor ondanks de enorme productie nergens afstandelijk. Dan moet de belangrijkste ontdekking van de dag nog komen.
De basgitaar. Je kunt veertig jaar bandgeschiedenis vieren met enorme ledschermen, CO₂ en een vrachtwagen vol confetti, maar soms heb je gewoon een basgitaar in de vorm van een pompoen nodig om het plaatje compleet te maken. Meer Helloween dan dat gaat het waarschijnlijk niet worden.
Twee uur lang wordt het veld meegenomen langs verschillende hoofdstukken uit de geschiedenis van de band en wie vooraf nog twijfelde of zo'n lange speelduur op een festival werkt, krijgt weinig reden om daar achteraf nog moeilijk over te doen. Dit is geen verplicht rondje nostalgie, maar een verjaardag die uitgebreid gevierd mag worden.
Wanneer de laatste noten over de ijsbaan verdwijnen, kunnen we de eerste festivaldag dan ook met een bijzonder tevreden gevoel afvinken.
Vijf bands klinkt bijna bescheiden wanneer je weet wat zaterdag en zondag nog te wachten staat. Maar een dag die begint met Revocation, onderweg via Destruction, Amorphis en Thy Art Is Murder een groot deel van het grasveld verandert in fijnstof en eindigt met twee uur Helloween, mag moeilijk als warming-up worden afgedaan. Dan hebben we het alleen nog maar over de muziek gehad.
Want ook buiten het podium valt genoeg te beleven. Op de metalmarket heeft Loud Noise bijvoorbeeld een manier gevonden om de competitiedrang van de gemiddelde metalhead aan te spreken. Bij de Kop van Jut mag je laten zien hoeveel kracht er na een dag in de pit nog in je armen zit. Wie de bel bovenaan weet te raken, mag grabbelen in een ton waarin onder andere concertkaartjes en zelfs tickets voor Dynamo Metalfest 2027 verstopt zitten. Alsof we op vrijdag al een excuus nodig hebben om volgend jaar terug te komen.
Ook de foodcourt biedt genoeg mogelijkheden om de verbruikte calorieën weer met enige spoed aan te vullen. Dat is hard nodig, want deze vrijdag was slechts het voorgerecht.
Morgen veranderen de spelregels namelijk volledig. Twee podia. Veertien bands. En nauwelijks tijd om stil te staan. De stappenteller mag aan de oplader.
Tot morgen voor dag twee!